Australië 2010

Maandag 20 sept.

De service aan boord is niet wat wij van Cathay verwacht hadden. Tijdens de vlucht naar Hongkong  kwamen ze maar mondjesmaat langs met karige tussendoortjes of je moest er zelf om vragen.Overigens kreeg men veel “nachtrust” en dat was bijna elke periode na een ontbijt, lunch, brunch of  warme maaltijd , een voorbereiding op een andere tijdzone.
Ofschoon geen enkele vliegtuigstoel lekker zit , de beenruimte tussen de stoelen was ruim voldoende. Maar ach, welke stoel zit comfortabel na 11 uur ( Amsterdam/Hongkong  en 9 uur ( Hongkong/Sydney) vliegen? 

Na een heerlijke nachtrust en een uitgebreid ontbijt zijn we op stap gegaan het grote Sydney in met al zijn indrukken en bezienswaardigheden (en geloof mij, die zijn er), soms met een traantje van ongeloof dat je na 2jaar voorbereiding nu echt zelf in Sydney bent en zo veel nieuwe dingen ziet wat je anders alleen maar van tv of Google Earth te zien krijgt.
De ochtend hebben we lekker gewandeld naar de Harbour Bridge, Opera house en langs de quays.

Je komt echt ogen tekort. Over de beroemde harbour bridge gelopen naar de Kirribirilly en vanaf daar de veerpont genomen(de fast ferry) voor een korte cruise. Toen we van de boot afstapten zagen we een winkeltje waar je souvenirs kon kopen enz. en  een whale cruise kon boeken en dat hadden we meteen gedaan. Een uur later zagen we ze naar lucht happen en zwommen ze soms vlakbij de boot.
3 Tot 4 meter hoge golven waren geen uitzonderingen en sommige “spotters” werden dan ook zeeziek.

 

Dinsdag 21 sept.
Toer naar de Blue Mountains.

The  Blue Mountains is een streek ongeveer 1.5uur  rijden met de bus van Sydney vandaan.
Wij zitten al om 7.15 uur (volgens de afspraak ) helemaal kant en klaar beneden in de lounge  te wachten. Om half acht nog geen busje. Het busje komt zo, dus niet. Kwart voor nog geen bus, dus wij naar die balie van de Travellodge.
"At 08.00 hours, mate, don’t worry."
Ook files zijn niet ongewoon hier. Normaal een uur om in The Blue Mountains te komen , nu doen we haast 2 uur over het traject .

Featherdale Wildlife is een dierenpark. Vroeger een pluimveehouderij.
We gaan voor de Wallabies, Kangaroos, Wombats en de Koalas. Allemaal gezien behalve de vogelbekdier. Jammer. Misschien in de Melbourne omgeving.

 De buschauffeur laat  zien hoe een boomerang werkt en waarempel tot op de meter nauwkeurig. Iedereen kan het, je moet alleen weten hoe!

The Blue Mountains is wel heel mooi en het doet zijn naam ook eer aan. Een blauwe waas doordat de lichtstralen gebroken worden door stofdeeltjes en oliedruppels afkomstig van de eucalyptus bomen hangt inderdaad over de vallei en is werkelijk adembenemend om te zien.
Het beroemde echo point ( uitkijkpunt ) voor de Three Sisters en  waar we tevens een levensechte aborginal blazend op een didgeridoo zien zitten is toch wel heel erg bijzonder. Er gaat iets door je heen als je zoiets ziet en meemaakt.3 Sisters Blue Mountains
Niet te vergeten, The Scenic Railway and The Scenic Cable Train of The Scenic Discovery in The Jamison Valley is ook een bezoekje waard.
Vooral The Scenic Railway treintje gaat heel steil omlaag/omhoog. Het werd vroeger gebruikt voor de mijnwerkers.  Dus wij met het treintje omlaag , beneden het regenwoud in en wandelen natuurlijk om veel te willen zien, te fotograferen en te filmen.
Omhoog met de kabelbaan met uitzicht over de vallei alhoewel de Wenthworth (pionier) Falls (waterval) jammer genoeg slecht te zien is.
In ieder geval hebben we genoten en het weer. . .het weer is fantastisch. De weergoden zijn met ons en dat hebben we helemaal niet verwacht. Het dorpje, Leura, een volgend stop is slechts formaliteit. In plaats van 1 uur bezoektijd is het 25 minuten geworden omdat sommige gasten te laat bij de bus terugkwamen bij de vorige stop. Het is best haasje repje tijdens zo’n excursie, kom je te laat dan loopt het programma al in de soep.  Maar "don’t worry, mate . . you can take a train to Sydney as well when there’s no bus."
Op de terugweg (met files natuurlijk) is de bedoeling om ook nog een kort bezoekje te brengen in het olympisch dorp (Olympic Games 2000 ) maar dit is helaas vanwege tijdgebrek niet meer doorgegaan. Inmiddels is het 18.30 uur ( 10.30 uur in Holland ) als wij de Matilda ( ferry ) opstappen voor een korte cruise naar Circular Quay oftewel het centraal station voor alle ferries in Sydney Harbour.

Woensdag 22 sept.
Wandelen vandaag. De York Street op. Dus ons hotel uit en dan naar rechts. Ook de richting naar de Sydney Tower ( 10 minuten ) en Chinatown ( 20 tot 30 minuten lopen ).
Het wordt geen Sydney Tower maar wel Hyde Park en St. Mary Cathedral.
Het is ongelooflijk. Een witte kaketoe met kuif (Fred uit de serie “Baretta”) en heel tam., graaft met zijn/haar bekkie in het gras.  Heel fotogeniek want hij/zij blijft gewoon door graven.

The Botanic garden. Ik ben geen kenner maar het is verschrikkelijk mooi om te zien al die bloemen, planten, bomen en struiken in allerlei geuren en kleuren. Wat je in de shop, –tig euro voor moet betalen leeft hier gewoon in het wild.
Veel aussies die hun lunch houden in dit park maar ook studenten, joggers, backpackers, schoolkinderen , de dagdromers en de levensgenieters. We wandelen het park door richting het Opera House en nemen de Ferry naar Manly.

Een 20 minuten varen met de Ferry. Daarna The Corso ( winkelstraat ) op naar het strand.
Bellen met een prepaid kaart van Vodafone voor 30 aus dollar beltegoed voor contact met het thuisfront is gelukt.

Soms is het vervelend. Wat gaan we eten en waar? In het hotel? Chinatown? We zijn het eens,  we gaan naar Chinatown.
Met de bus. Eerst tickets kopen en retour. Welke lijn? Maak niet uit, aldus de receptie van de Travellodge. Lekker gemakkelijk. De York Street, het wemelt van de haltes, die van ons is nog geen 50 meter vanaf ons hotel.  Wij dus de eerste de beste bus instappen. Kaartje in de kaartlezer terwijl de chauffeur rustig zijn krantje leest. Niet wetend (ook onwetend ) dat het ook een lijn kan zijn die helemaal naar de andere kant van Sydney rijdt. Hij gaat rechtsaf. Nog geen ramp. Daarna weer naar rechts. Fout dus. Voor de zekerheid vraag ik een aussie. Ze kijkt me droevig aan.  Een andere aussie begint een bescheiden lachje. De eerste stop is pas over 30 minuten. Wij naar de chauffeur. "Wrong bus?  Don’t worry, mate." De eerste beste gelegenheid om te stoppen is voor ons. Maar op de Harbour Bridge kan dit niet zo maar. De chauffeur brengt ons netjes naar een halte waar we de lijn L90 terug kunnen nemen.
Tegen mij zeggend,  “don’t worry, mate”  en “bye love”  tegen de dames nemen we afscheid van deze aardige buschauffeur.

Dus in plaats van Chinatown naar de japanner naast de Travellodge voor 2 kip terriyaki(spelling?) en noodles met beef. Heel lekker.

Daarna rugzakken inpakken. Klaarmaken voor morgen. Onze volgende bestemming is Melbourne. Een airportshuttle hebben we al door de receptie laten regelen. 09.30 uur worden we opgehaald voor Kingsford Smith International.
We zijn reuze benieuwd.

Donderdag 23 sept.
Precies op tijd 09.30 uur . Met de airport shuttle naar Kingsford Smith terminal 3 met vlucht QF431. Inchecken gaat snel met de E-tickets. Voor de drop off luggage( afgeven bagage ) moeten we in de rij staan. Maar het gaat snel en we zijn vroeg. Gate 10 is nog niet open.

Het weer? Een beetje bewolkt. In Sydney wordt het 21 tot 25 graden de komende dagen. Hoge druk 1024 mbar in Victoria waar we naar toe gaan met slechts 17 tot 18 graden. Geen reden tot klagen. Weer of geen weer wij zien het wel.

Een vlucht van 1uur en 5 minuten met een pasteitje en een frisdrankje en daarna op onze bagage wachten . De auto ophalen onder het Hilton Hotel en meteen de M1 snelweg op richting Geelong . Het is even wennen dat links rijden vooral op de roundabouts (rontonde) maar dat went snel.  Geen handgeschakelde maar een automaatje en dat is ook even wennen.

Waar ook de wielrenners voor de komende kampioenschappen verblijven, hier zijn we ook bij toeval terecht gekomen. Het plaatsje Torquay lijkt ver van de bewoonde wereld. Het ligt aan zee. Een plekje waar werkelijk een oase van rust heerst.
Hier even bijkomen van de drukke afgelopen dagen.

Vrijdag 24 sept.
Veel keus met het ontbijt. Het mag ook wel voor die prijs en daar zullen we het maar niet over hebben. Bovendien ook een prachtig uitzicht op de Bass Strait. Deze zeestraat scheidt het zuiden van Australië met Tasmanië. Een lichte bewolking aan de horizon. Ze voorspellen 21 graden vandaag.

Lorne is een kleine kustplaatsje. Een leuke stop voor backpackers en gezinnen met kinderen of voor een kopje koffie. Het wordt koffie met een hamburgertje en broodjes. Het is inmiddels 12.30 uur. Jawel, de tijd gaat gewoon door en soms weet je niet meer wat voor dag het is, donderdag?  We vervolgen onze reis richting Cape Otway voor de Lighthouse (vuurtoren) maar ook voor de Otway Rainforest.  En dat te bedenken dat wij ons begeven op het meest zuidelijk puntje van Australie. Haast niet voor te stellen.
Dan zien we op een gegeven moment met grote letters op een bord “Great Ocean Road”. Waarom  is deze kustweg (B100) ca. 230 km zo speciaal?  Op wikipedia moet hierover alles te vinden zijn. Wij zijn in ieder geval meteen onder de indruk van hele mooie adembenemende vergezichten en schitterende uitzichtpunten. Bij de vuurtoren is het erg koud en staat er veel wind maar je moet er wat voor over hebben om zoiets te zien. De man in de vuurtoren is niet zo spraakzaam, jij vraagt iets en hij antwoordt met yes of no en heel af en toe brabbelt hij iets onverstaanbaars. We kunnen het hem niet kwalijk nemen. Al die toeristen  met die domme vragen. Bovendien is het geen pretje om de hele dag boven in de kou te zitten.

Op een parkeerplaats in de Otway regio zien we een bord met daarop een plattegrond van een wandelroute. Een wandelroute van 25 minuten door een echte regenwoud.  Het is onvoorstelbaar. Je loopt in een echte regenwoud, gewoonweg schitterend, die geur van al die planten, bomen etc. Hier en daar is het nog drassig en modderig van de zware regenval van ruim een week geleden en sommige stukken loop je gewoon op houten flonders. Maar helaas geen wildlife te zien. Eigenlijk komen we ook voor de dieren in het wild. Waar zijn ze, de slangen, de koala’s, de wallabies en de kangeroes?
Ons geduld wordt beloond. Zie daar koala’s in de eucalyptusbomen. Levensecht en sommige met een kleintje in hun armpies.Ineens wemelt het van de koala’s.  
En een mierenegel (enchidna) die de weg oversteekt, daar ben ik netjes voor gestopt.  De dames hebben meteen foto’s van gemaakt.
Inmiddels is het half 6 en het schemert al. Hier wordt het ook snel donker.
Het liefst niet meer rijden en dat wordt ook afgeraden. De wildlife komt dan tot leven.
Eindelijk een motor-inn motel. Die nemen we maar, het motel is erg klein maar we kunnen even lekker uitrusten.
Het is alleen niet te vergelijken met waar we gisteren sliepen, nu is het erg koud en slapen in een joggingbroek en een vest is geen overbodige luxe. 

 

Zaterdag 25 Sept.

Onze eerste echte koude nacht ofschoon de verwarming aan staat. Het tocht verschrikkelijk in dit appartementje. We hebben nauwelijks geslapen.
Bij het ontbijt (2 toastjes met jam) komt een mevrouwtje naast ons tafeltje zitten.  Ze komt uit Gouda en is van plan om 1 jaar lang op de fiets door Australië te trekken. 8 Weken heeft ze reeds op zitten. Ze is gepensioneerd en ze wil niet achter de geraniums gaan zitten dus besluit ze haar droom maar waar te maken. We zijn erg van onder de indruk dat iemand en zeker een vrouw helemaal in d’r eentje dat durft te doen.
Na afscheid te hebben genomen  zijn we op weg gegaan naar de Twelve Apostels.
12 Apostels area

De Twelve Apostels zijn het resultaat van erosie. Door de constant beukende golven, de sterke zeestroming en wind worden gewoonweg stukken kuststroken weggeslagen. Toevallig zijn in deze gedeelte van de kuststrook 12 stukken overeind gebleven. Ze staan een tiental meters van elkaar verwijderd en geheel omringd door het water. Jammer genoeg zijn een aantal ervan ingestort, de laatste was in 1990.

De Loch Ard Gorge is ook spectaculair om te zien. De Loch Ard was een klipper en verging in een zware storm vlak voor de kust naast de Twelve Apostels. Het is haast niet voor te stellen hoe hoog de golven hier zijn en hoe sterk de stroming, laat staan als het gaat stormen.
Vegetatie genoeg aan de kust. Het lijkt allemaal op heideplantjes en lavendel maar dan veel groter.  En zo veel vogels en zo veel soorten, echt een ware paradijs.
En dan te bedenken dat we nog geen 100 km oostwaarts in een tropisch regenwoud hebben gewandeld.
En het weer? Het weer is prima. Hier en daar wat bewolking en af en toe zon maar  godzijdank droog.
Omstreeks 15.30 uur rijden we naar Port Campbell, in een motel “ Loch Ard” genaamd, 2 kamers geboekt.  Hier kunnen we de slaap van de vorige nacht inhalen.

Op de vakantie beurs werd beweerd dat je de Great Ocean Road gemakkelijk in 1 dag kan afwerken. Nou vergeet het maar. Trek gerust 1 week voor uit en dan moet je nog geluk hebben dat je alles te zien krijgt.

Zondag 26 sept.
Tegenover de  “Loch Ard” motor-inn is een kleine supermarkt waar we boodschappen doen voor de avond en het ochtendontbijt.
Daarna op weg naar Warnambool, daar is het einde van de Great Ocean Road . Maar eerst “The Arch” en  “The London Bridge” bekijken. Ook deze stukken zijn door erosie ontstaan en hebben een vorm van een boog. Tot 15 januari 1990 bestond er nog een verbinding tussen de London Bridge en het vaste land. De verbinding stortte in zee. Nu is de London Bridge slechts een eilandje.

De bewoners langs deze kustlijn waren ook aboriginals en behoorden tot de Kirrae Whurrong stam. Ze hadden voldoende middelen van bestaan. Aan groenten, vis en vlees kwamen ze niet te kort. Ze leefden in kleine clans of groepen.
Maar toen de eerste europeanen aan land kwamen ging het niet meer zo best met de Kirrae Whurrong populatie. Door allerlei conflicten en ook door allerlei ziektes werd hun populatie drastisch verminderd.

Nog een flinke rit naar Warnambool. Daar heb je de Whale Nursery en kan je walvissen spotten, voornamelijk vinvissen. Maar helaas geen walvissen gezien. “ Wilma” de blauwe vinvis werd hier vaak gespot. Het beest baarde hier haar jong.

Het weer? Het weer is wederom fantastisch.
Om 15.00 uur terugrijden naar Melbourne. Eerst de Princess Highway op en daarna bij Geelong de M1 motorway richting Melbourne.
In het donker komen we aan in de regio Melbourne. We hebben een afslag gemist.  Paniek? Welnee. Ik let op het verkeer en de dames op de wegbewijzeringsborden. Melbourne passeren we nu aan de oostzijde i.p.v. de westzijde. We moeten een stukje noordoost rijden om af te buigen naar het vliegveld. De eerste de beste Holiday Inn is helemaal vol. Alle vluchten van Jetstar zijn afgelast en het hotel zit vol met de gestrande passagiers. Een week geleden was dat in Sydney ook het geval alleen waren het vluchten van Air France.
Wat nu? Het is inmiddels 19.30 uur en nog geen motel of hotel. Alles is vol wordt er beweerd. In de stad Melbourne zijn er nog genoeg die plaats hebben. Toch voor de zekerheid de Formule 1 proberen. Gelukkig hebben die nog een kamer vrij. Vraag niet hoe . . we hebben een slaapplaats en we kunnen slapen.

Maandag 27 sept.
Uitstekend geslapen in de Formule 1, maar wel koud.  Over het algemeen zijn de nachten koud in deze omgeving. Een dag in Melbourne is de planning. Eerst onze bagage afleveren bij de Inn en daarna de auto met volle tank weer inleveren. Ik met een dikke trui, lange broek en jas, de dames zijn optimistisch, natuurlijk op hun 's zomers. Ook goed maar achteraf  kwamen ze er gauw van terug, en of ze het koud hadden.
De Skybus shuttle bus brengt ons naar de Southern Cross Station in het hartje van een hele drukke Melbourne.

Vergeleken met Sydney is het in het centrum veel en veel drukker. En eigenlijk zijn we een beetje onvoorbereid voor wat betreft de bezienswaardigheden in Melbourne. Waar naar toe? Wat gaan we bekijken ?
Er is genoeg te zien. Zo veel winkels, shops, restaurantjes, koffieshops etc. en nog veel meer. De zon laat het vandaag afweten. Het moet zelfs plaats maken voor regen. En koud dat het is. Dan zoek je naar iets waar het lekker droog en warm is. Een gratis rondrit met de tram (free circular tram service) biedt uitkomst, zo we zien toch nog wat van Melbourne.

Morgenochtend moeten we weer vroeg op voor de vlucht naar Alice Springs. We kijken op de weerkaart,  30/35 graden in de omgeving van Alice Springs, we kunnen niet wachten.
Trouwens zijn alle binnenlandse vluchten van Virgin Blue ook afgelast door een computerstoring. Maar wij zijn blij dat we Qantas hebben.

Dinsdag 28 sept.
Van Melbourne naar Alice Springs:
Om 06.00 uur uit bed en snel ontbijten.Uitstekend geslapen en ook een uitstekend ontbijt. Om 07.30 uur met een shuttle naar de vertrekhal. Qantas QF296 naar Alice om 08.45 uur. Geen vluchtnummer QF296 te zien, niet in de Inn en ook niet in de vertrekhal.

Heel vroeg in de ochtend was er al een vlucht naar Alice. Misschien hadden we die moeten nemen.
Geen paniek. In-checken bij een “paaltje”en ja hoor onze plaatsen zijn reeds gereserveerd. Nu nog bagage afgeven en door de paspoortkontrole.
Eenmaal in de lange rij van “in-checkers” worden we even later eruit gehaald voor de vlucht naar Alice Springs.
Een vlucht van 2 uur en 45 minuten. Meteen jasjes en truien uit want het is 29 graden in Alice. Net hartje zomer terwijl de lente nog maar net is begonnen. En het wordt nog warmer als je naar het noorden gaat maar je gaat ook meer last krijgen van vliegen, muggen en allerlei andere insecten. We smeren ons meteen in met lotions en zalfjes en de netjes, waar zijn de muskietennetjes ook alweer?
De camper ( eigenlijk een motorhome ) is een 6-persoons i.p.v. een 3-persoons en dat allemaal voor dezelfde prijs.
Net gewend met de hendel voor richting aanwijzen aan de rechterkant, bij deze is het weer links. Maar wat is dat toch handig, die handschakeling. Even een paar straatjes en rotondes rijden in het centrum van Alice om in te komen en de rest volgt vanzelf. Maar boodschappen doen met zo’n ding is niet echt handig. Dat bewijst de eerste de beste supermarkt in Alice voor een kleine bevoorrading.

Op een nabij gelegen camping even zitten en hetgeen wat wij nu zien en meemaken even op ons laten inwerken.
Al die tijd hebben we Alice slechts op kaart gezien, in boeken gelezen, op video gekeken, in reisfolders bestudeerd, nu zijn we er echt, Alice Springs, in het centrum van Australie. Het rode centrum. Een paar dagen geleden nog in Cape Otway, de meest zuidelijkste puntje van Australie, bibberend van de kou en nu . . . nu in de heerlijke warmte van de Northern Territory.

Nog geen wildlife gezien. Je ziet ze alleen heel vroeg in de ochtend en wanneer het begint te schemeren. Het maakt allemaal niet uit. Nu even lekker bijkomen.
Ver weg van de grote drukke steden. Nu zitten we echt in een  “woestijn”.

Een leuke camping overigens en lekker rustig en . . . niet duur. Nederlanders nog niet ontmoet alhoewel veel geweest waren de laatste weken.
Onze buren zijn een gepensioneerd echtpaar uit Brisbane. Zijn al 7 maanden onderweg. Aardige mensen. Hebben panne met hun auto. De auto wordt wel gemaakt. Ze kunnen pas over 3 dagen vertrekken.

Een vriendelijke aborginal naast ons, een didgeridoo speler. We kennen elkaar niet en toch vraagt hij hoe het met ons gaat.

Woensdag 29 sept.
Van Alice Springs naar Ayers Rock (monoliet) is zo’n 450 km. Eerst een stuk van 170 km over de Stuart Highway (snelweg) naar Erldunda. Voor de zekerheid tanken we om de 200 á 250 km mits we een pompstation tegenkomen. Zoniet pech gehad maar dan heb je altijd genoeg reserve aan boord voor de volgende 250 km en als je dan helemaal geen pompstation meer tegenkomt dan so be it. Niet in elk gehucht staat er één, dus kom je er één tegen altijd bijtanken. Af en toe tref je ook opal brandstof aan om de populatie verslavende aboriginals (snuiven) terug te dringen.
Het is een zo’n godsverlaten landschap, glooiend, veel groen en rode aarde. Maar het is prachtig. De wegen zijn prima ,wel 2 banen maar met zo weinig verkeer dat je soms kilometers aflegt zonder een auto te zien, echt geweldig. Rustplaatsen om de 20 km voor de “road trains ( vrachtwagens soms met 3 trailers achter elkaar)” en het gewone verkeer. We hebben vele keren een stop gemaakt om een filmpje of een foto te maken want zelfs op de stopplaatsen is genoeg te zien. Je komt ook aparte campings in die gehuchtjes tegen. In Erldunda bijvoorbeeld staat naast een camping een kamelenboerderij en in Curtain Springs een veehouderij en je kunt er voor een prikkie kamperen.
In nederland groeten motorrijders elkaar, hier de kampeerders en veel australiërs zijn op vakantie. De gemiddelde aussie-kampeerders herken je aan hun grote (gloednieuwe) auto,  meestal een fwd( four wheel drive ) en een oude tweeassige caravan. Echt geweldig.
In de buurt van Ayers Rock nemen we een camping. Het gehucht heet Yulura. Vraag niet wat het betekent maar alles draait hier om de “monoliet Uluru Rock”en de “Kata Tjuta”.
Van de zonsondergang hebben we foto’s gemaakt. Maar die zonsondergang achter de Kata Tjuta is veel mooier. Op het moment dat de dames gaan kijken naar de zonsondergang van de Uluru is die eigenlijk al voorbij. De dame van de receptie heeft een verkeerde tijd doorgegeven. Jammer.

Misschien blijven we een dag of twee langer in deze regio. Een oud echtpaar uit nederland maar die hier al 16 jaar woont, adviseert om de Kings Canyon te bekijken vooral nu omdat het lente is. En misschien moeten we Kakadu National Park laten schieten.
 

Donderdag 30 sept.
Stel je eens voor je rijdt door een schitterende glooiende roodgekleurde landschap, met vele soorten vegetatie van hoog tot laag en plots zie je in de verte een grote rots opdoemen. Hoe dichter je hem nadert hoe indrukwekkender die wordt, net science fiction en gewoon uit het niets. Hij is heel uniek en uniek is ook de Kata Tjuta die 40 km verderop ligt. Maar de Uluru is mooier. Een grote druppel gesteente( zandsteen ) van ruim 300 m hoog en ongeveer 11 km in omtrek.
Persoonlijk het mooiste en indrukwekkendste wat ik tot nog toe hier in Australie heb gezien.

De base walk( rondwandeling) is zeker aan te bevelen en je ziet veel van de flora en fauna, vreselijk mooi. Maar weer geen wildlife gezien. De dieren zijn “verlegen”. Af en toe mag je foto’s maken van de Uluru, van de heilige plaatsen (heilig voor de aboriginals en door bordjes aangegeven) mag je niet en kan je een fikse boete krijgen als ze dat zien. Maar we hebben geen parkrangers gezien.
Voldoende water meenemen is belangrijk. Als je dorst krijgt is het te laat. Sommigen wagen aan de beklimming. In het begin is die steil. Heel erg steil en pas na 200 meter heb je enige houvast aan een reling maar dan nog is het een hele klim eer je op de top bent. Je moet er in ieder geval veel voor over hebben voor al dat schitterende uitzicht over het plateau.

Hoewel de rotsformatie The Olga’s minder bekend is dan de Uluru, ze zijn zeker niet minder spectaculair. Overigens is het ontzettend warm in dit gebied. Het is drinken en nog eens drinken.

De campingsite op de resort is prima, ruime plaatsen en voor stroom en drainage betaal je wat extra. Een kilometer verderop heb je de hotelarea en een supermarkt, restaurantjes, winkeltjes, een pompstation etc.
Maar voor het dumpen van black water(chemisch toilet) moeten we een stukje rijden, tot ver buiten het resort zelfs.

Een echtpaar uit Kerkrade die al 16 jaar in Australië woont heeft ons gratis toegangskaartjes voor het Uluru Nationaal Park gegeven. De kaartjes worden niet geknipt, gescheurd of afgestempeld en de geldigheid is tot 1 oktober. Dat is mooi meegenomen.
Ze wonen in Adelaide, dat is ruim 1500 km zuidelijker. Mogen we in de toekomst weer naar  Australie gaan dan kunnen we bij hun komen logeren. Aardige mensen.

Vrijdag 1oktober
Om 9 uur vertrekken we uit Uluru om 350 kilometer landinwaarts te gaan richting Kings Canyon. De afstanden zijn hier echt onvoorstelbaar maar wel de moeite waard. De naam zegt het al, het is een grote kloof waar je door heen loopt terwijl de parkieten rondvliegen. Dat het een soort sport is om die vogels op de foto te krijgen ga je vanzelf krijgen en ja hoor weer één, het is gelukt. Ook onze eerste grote hagedis zien we hier en onze eerste slang (al was het maar een kleintje). Op de camping waar we nu staan komen de dingo’s gewoon langs je camper lopen, echt heel apart. Morgen gaan we terug naar Alice Springs om daarna richting Darwin te gaan.

 

Zaterdag 2 okt.
Eigenlijk niet veel te melden vandaag. Een ca. 500 km rit terug naar Alice Springs met  een grote stop van 45 minuten in Erldunda in een mooie landschap. Het weer is prachtig alhoewel een klein beetje bewolkt als we het resort in Kings Canyon verlaten.
Alice Springs is best groot en ze hebben hier echt alles. Ook heel veel aborginals natuurlijk.
Ze verkopen schilderijtjes en allerlei andere hebbedingetjes. Afdingen is hier ook heel normaal. Maar koop je iets dan komen ze als een zwerm bijen op je af. Bij een plaatselijke café staan ze mee te juichen. Ze kijken naar een belangrijke rugby wedstrijd. Vraag me niet wie tegen wie er spelen maar we weten wel,  de rugby sport is heel populair in Australie. Winkels sluiten eerder wanneer belangrijke wedstrijden worden gespeeld, zoals vandaag.
Pancake met banaan en slagroom. Het is lekker maar te veel van het goede. Ik probeer de volgende keer een kangerooburger.
Vandaag gaan we voor het eerst op weg naar het noorden, richting Tennant Creek. Of er campings in de buurt zijn is nog afwachten. Op de kaart staan geen campings aangegeven.
Ik kan het me niet voorstellen dat we geen campings tegen zullen komen maar je weet het maar nooit.

Zondag 3 okt
We willen vandaag vroeg gaan rijden omdat we een rit van 500 km voor de boeg hebben van Alice Springs naar Tennant Creek  Ofschoon de wegen goed zijn en niet veel verkeer is doe je over zo’n afstand toch ruim 7 uur  met pauzes erbij.

Zo nu en dan alleen maar een dode kangeroe gezien langs de weg. En dan vliegt er ook nog een zebravinkje dood tegen de voorruit.
Gelukkig komen we genoeg pompstations tegen. Je moet er alleen niet te veel bij voorstellen. Je kan er het hoognodige krijgen maar als je dan ook nog een kamelenboerderij aantreft, is dat wel heel apart.
Dan zien we in de verte weer een enorme rotsformatie opdoemen, het zijn The Devils Marbels.

Maandag 4 okt.
Je hebt soms van die dagen en dan voel je je topfit. Vandaag is ook zo’n dag. Een rit van ruim 560 km van Tennant Creek naar Mataranka. We passeren de steenbokskeerkring en ineens zitten we in het tropische noorden. En je merkt het direct. Het is veel vochtiger en veel warmer. ’s Avonds is het zelfs niet uit te houden. Maar gelukkig is er airco aan boord.

Het gehucht “Daily Waters” is bekend om zijn kroegje. We zijn een kijkje gaan nemen. Chris Zeegers van Yorin Travel is hier ook geweest en ook Charlie Boorman met “By Any Means”.
Een kroegje met style, klein en knus maar dat is dan ook alles. Alles draait in dit gehucht om deze kroeg en de toeristen? Die komen wel binnenstromen maar nemen geen  drankje. Ik vraag naar de “Dark Ale( donker bier)” en dat verkopen ze niet. Heel jammer.

Een 200 km voor Mataranka krijgen we een paar regendruppels en in de verte zien we een donkere lucht.
Het is niets voor niets vochtig warm in dit gedeelte van Australië en we zullen zeer zeker een fikse regenbui meemaken de komende dagen, vrees ik.

De camping op Mataranka is prima, er is stroom, water, een toilet en een warme douche, wat willen we nog meer..
Jawel, veel zwarte vliegen en grote sprinkhanen. We kunnen onze lol op.
En dat je ‘s morgen de wallabies over de weg ziet huppelen, zijn ze niet schattig?
Zo nu gaan we naar de hot water springs.

Dinsdag 5 okt.
Lekker relaxen op de camping deze ochtend. Een aussie echtpaar komt bij ons zitten en we kletsen over de vakantie en de bezienswaardigheden in deze regio. 600 km rijden is voor hun een koud kunstje, gewoon een lang weekendje uit.
De rit naar Katherine is slechts 105 km maar we gaan eerst een bezoekje brengen bij de hot water springs.
In sommige meertjes zwemmen de zoetwaterkrokodillen en daar word je voor gewaarschuwd. Ze zijn niet agressief mits je uit de buurt blijft. Maar er kunnen ook salties( zoutwaterkrokodillen) rondzwerven. Die kun je maar beter niet tegenkomen. Het is bloedje heet en elke wandeling is een hele opgave, daarom lopen we weer snel terug naar onze camper.  

We hebben een campingplaats gevonden in Katherine met een eigen wc en douche. Erg luxe dachten we in eerste instantie maar de eerste de beste keer dat één van de dames naar de toilet moest zat er een grote groene kikker in de wc-pot. Uiteraard heb ik de zielige kikker voorzichtig uit de pot gehaald en buiten gezet maar diezelfde avond was die weer terug  Jullie begrijpen natuurlijk wel, niemand durft meer daar naar binnen te gaan. Dus had ik het rijk alleen en tijdens het douchen gezelschap van een stel mooie groene kikkers.
Katherine Gorge, daar waren wij voor gekomen en morgen gaan we daar een boottrip maken.

Woensdag 6 okt.
Werkelijk een groene kikkerplaag op de camping in Katherine. De privé douche/toiletcabines zijn toeganklijk voor wildlife, hagedisjes, leguaantjes en kikkertjes. De kikkers eten de muggen en de spinnen, ze houden dus de douche/toiletcabine schoon. Heb je een “kikker”fobie dan is een andere camping de enige optie. Maar om 17.30 uur gaat dat niet meer en dan moet je deze schitterende douchecabine maar voor lief nemen. Een schitterende groene kleur hebben deze kikkers overigens, ze hebben zuignapjes en klimmen is dus geen probleem voor ze en zodra ze water ruiken/horen dan komen ze tot “leven”. 

De “Gorge” is fantastisch. Het is een kloof met aan weerszijden steile rotswanden van zandsteen en vegetatie. Hier en daar zie je hoe hoog het water heeft gestaan in het regenseizoen, soms wel tot 4 meter en zandbanken waar de krokodillen hun nesten hebben. Het is een boottrip van 2 uur en je mag overal gaan en staan om te filmen en foto’s te maken. Je mag ook zwemmen, uiteraard op eigen risico. Een zoetwater krokodil hebben we gezien en een schildpad. De laatste “freshie”(zoetwater krokodil) is 3 weken geleden voor het laatst gesignaleerd. We hebben dus geluk. Ook treffen we in het park wallabies aan. Deze zijn aan mensen gewend en bovendien heel fotogeniek.

De rit naar de Edith Falls (watervallen) is schitterend. Een kronkelende geasfalteerde weg, net breed genoeg voor 2 passerende personenwagens, dwars door een schitterende glooiende groene landschap, maar in Edith zelf en de nabij gelegen camping vinden we het jammer genoeg iets minder. Eigenlijk 20 kilometer voor niets gereden. We moeten weer terug naar de Stuart.

En . . .  op weg naar Pine Creek hebben we haast een wallabie aangereden. Je verwacht het niet, ineens, uit het niets, springt het beest voor de camper.  3 Sprongen van rechts naar links en weg is die.
Pine Creek is een dorpje langs de snelweg. Het gehucht is stil en verlaten dus is er plaats op de lokale “camping”, het is klein met misschien 25 plaatsjes. De douchecabines zijn weliswaar oud maar wel schoon en is volgens ons nog uit de tijd dat ze hier goud zochten.

Donderdag 7 okt
Geen reisdoel voor vandaag dus besluiten we maar naar Litchfield National Park te gaan,
met zijn weelderige bossen, spectaculaire watervallen, meertjes en termietenheuvels.
Miljoenen kleine termieten hebben deze heuvels op een noord/zuid-as gebouwd om de binnenkant te beschermen tegen het intensieve zonlicht. Het zijn ware bouwwerken, waarvan vele meer dan 2 meter hoog zijn.

De Florence en de Wangi Falls zijn de mooiste watervallen van Litchfield. Vooral de Florence, vanaf het uitzichtplatform bij de waterval is deze schitterend om te zien.
Er is zo veel te zien en te doen in het park, je kunt fietsen, wandelen, zwemmen, picknicken, kamperen en nog veel meer.

Naar Darwin is nog een stukje rijden en dan moet je nog een caravanpark zien te vinden etc. Batchelor is dichtbij. Daarom overnachten we in Batchelor op een verlaten caravanpark.

Vrijdag 8 okt.

Voor de zoveelste keer hebben we de “surfing tijd” van diverse internet-providers niet optimaal benut. Net 4 blijkt weer zo eentje te zijn, zodra je een slordige 5 km van de camping site verwijderd bent is de verbinding foetsie. Jammer.

Voor vandaag ook geen plannen. Alles doen we dus op ons gemak en dan ook nog te bedenken dat het nog maar 70 km naar Darwin is over de Stuart Highway, jawel deze snelweg die eigenlijk in Adelaide begint en in Darwin eindigt, een afstand van ruim 3000 km. Je kunt zeggen wat je wilt, wij hebben op de Stuart gereden en dat zullen we nooit meer vergeten.

Als je door de buitenwijken van Darwin rijdt dan merk je pas hoe groot de stad is. Natuurlijk rijden we het drukke stadscentrum in, naar de Esplanade, langs de botanische tuin en dan de “bekende”Mitchell Street in waar we een leuk plekkie voor de camper vinden.
Even slenteren in de hitte valt niet mee. Het is bewolkt, er is geen zuchtje wind, het blijft daardoor erg benauwd en je krijgt alsmaar dorst. Water en nog eens water drinken.
Het is ons opgevallen dat in dit gedeelte van The Northern Territory pas laat in de middag een onweersbui voor enige verkoeling zorgt. Vandaag dus ook.

We bezoeken Fanny Bay en een stuk verlaten strand. Een mooi stuk strand, heel stil en echt verlaten met een stuk verder een soort mangrove bos. Een aussie zegt dat het hier wemelt van de krokodillen, haaien en giftige kwallen(jellybox). Zo onschuldig en toch zo gevaarlijk.
De camping ligt buiten de stad en voor het eerst moeten we borg betalen voor stroomverbruik. De hele nacht de airco aan is dus kassa!!
Ook geen restaurant (staat wel aangegeven op de plattegrond) op de camping is best lastig als je geen boodschappen hebt gedaan.
Elke campingsite tot en met Batchelor had een restaurant en uitgerekend deze niento. Echt jammer. We hebben voor 2 nachten gereserveerd. Ik denk dat we een andere gaan zoeken.

In de was- en douchegelegenheid springen nu geen kikkers in het rond maar kleine hagedissen en af en toe een grote zwarte kever.
We raken er aan gewend en gaan gewoon douchen. 

Nog klammiger dan de vorige avond is het in de camper ondanks de airco. Kom je net uit de douche en je begint weer te zweten. Je wordt loom, lui en je blijft drinken. Voor het donker bier en de limonade doet godzijdank de koelkast het prima en ook het vriesgedeelte werkt uitstekend. Heet water om eventueel in de camper te douchen gebruiken we niet want het water is al een beetje op temperatuur.

Nog 1 nachtje en het zit er weer op, althans dit avontuur. De camper van Apollo is ons prima bevallen. Natuurlijk zijn er altijd dingetjes die beter kunnen. Bijvoorbeeld een langere vulslang en afvoerslang maar ook de stroomkabel mag best een 12 meter langer zijn. Slechts één koppeling voor op de waterkraan is niet voldoende, een adaptor is beter geweest want op sommige sites konden we met de standaard koppeling geen water tanken etc. Kleine dingetjes maar toch wel belangrijk als je campeert.

Over de pannen, borden, bestek etc. kan het ook ietsjes beter.
En over het interieur? Het interieur was bij de aflevering niet echt helemaal schoon.
Maar we namen het voor lief. Bovendien kregen we ineens zoveel informatie(huurvoorwaarden lezen) en je moet lezen, hier een handtekening zetten, daar een handtekening zetten, eigenlijk heb je geen zin om te klagen en je gaat ook niet klagen want je wilt meteen op avontuur.

 

Zaterdag 9 Okt

In Darwin besluiten we een cruise te doen, een boottocht op de “Corroboree Billabong”. Het is een gedeelte van een soort groot moeras “Mary River” genaamd en dit moeras wordt bewoond door veel zoutwaterkroks. Veel vogelsoorten leven hier ook, waaronder ook de Ibis. De parkeerplaats, Corroboree Park is ongeveer 70 km van onze camping vandaan. Hier worden we opgehaald en rijden we 20 km door de bush-bush naar een boot voor een 3 uur lange tocht op de Mary River” rivier. 

WORDT VERVOLGD
 

 

Zondag 10 okt.

We overnachten op een goede camping(caravanpark) in het hartje van Darwin en nog geen 5 km van het vliegveld. Gisteren hadden we bij de receptie van het Darwin Airport Resort gevraagd of we onze bagage alvast voor het inchecken mochten afgeven. En dat was geen probleem.
Vanmorgen op de camping is het rugzakken inpakken en de camper schoonmaken, watertanks vullen etc. Daarna naar het vliegveld en onze rugzakken en handbagage afleveren.
Vervolgens de camper voltanken en naar het depot brengen. Het depot is ook in Darwin op een industrieterrein langs de Stuart. De chemische toilet cassette is niet geledigd, we moeten deze alsnog ledigen. Een uur later was het even wennen zonder camper.
Holiday Inn Esplanade Darwin

Daarna nemen we de taxi naar het centrum van Darwin. Op de zondagmarkt op Mindil Beach willen we een bezoekje brengen, dat moet erg gezellig zijn. Het is bus lijn 4 richting Fanny Bay Nightcliffe en het stopt precies tegenover de markt. Maar eigenlijk zijn we een beetje vroeg. Sommigen zijn nog bezig om hun kraampjes in orde te brengen maar ik probeer alvast iets van de sfeer te proeven. Het is een kleine markt met kraampjes waar je kan eten/snoepen, chinese, japanse, thaise en vietnamese gerechten etc. maar ook pizza, kebab. Voor elk wat wils.
’s Avonds moet het gezelliger zijn maar tot zo lang blijven we niet want morgenochtend moeten we om 06.00 uur op het vliegveld zijn voor de vlucht naar Cairns.

Maandag 11 okt.
Een kleine 10 minuten met de airport shuttle naar de vertrekhal, inchecken gaat snel en geen rijen deze keer.
Genoeg tijd over voor een broodje en een bakkie koffie.
Een vlucht van 2uur en 5 minuten met best veel turbulentie.
Dan weer een heel ander landschap, links een tropisch regenwoud o.a. Atherton Tablelands en rechts de “Pacific Ocean” als we met de airport shuttle  over de Captain Cook Highway naar Port Douglas( 60 km noordelijk van Cairns) rijden.
We zijn meer dan tevreden met het appartement, geen ongedierte, geen kikkers etc. meer. Ik vind het jammer.  Alhoewel 's nachts 2 kakkerlakken in de badkamer is wel even schrikken. Het schijnt hier heel normaal te zijn, het zijn huisdieren van dit complex.
Fietsen huren
om even de omgeving te verkennen, dat kost bijna niks. Dat valt meteen op, geen rijtjes huizen maar villa's met grote tuinen en zo wijd verspreid, dat is zo typerend in Port Douglas. Het centrum is pakweg een 20 minuten fietsen, je nadert een T-splitsing, naar rechts ga je naar het water en naar links ga je naar het water en aan weerskanten van de weg winkeltjes, restaurantjes etc.
Kuranda staat op het programma voor morgen, een tour met een trein door het tropisch regenwoud en een afdaling met de kabelbaan. Bovendien zijn daar ook natuurparken te bezoeken maar of wij dat doen hangt een beetje af van het weer.

Dinsdag 12 okt.
Jammer genoeg nog geen kangeroeburger gegeten. In Alice Springs had ik het moeten proeven i.p.v. de pancakes.
In Darwin en zelfs hier in Port Douglas zie je ze niet op de menukaarten. Maar wel heel veel beef burgers en deze zijn prima te eten.

De vliegen zijn echt vervelend. Ze komen in oren en neus. Een netje helpt goed maar je wordt wel “onherkenbaar”. Eigenlijk dragen we ze niet. We doen het op de aussie manier en dat is de “wave” oftewel heen en weer zwaaien met de handjes.

Een bus haalt ons op om 08.30 uur en het is een 60 km rijden naar de omgeving van Freshwater voor de Skyrail (kabelbaan) over het Daintree tropisch regenwoud. Een tocht van 45 minuten met 2 stopplaatsen waar je door het tropisch regenwoud kan wandelen.
De eerste stop (Red Peak) is een korte wandeling, info krijg je interactief in het Daintree Discovery Centre wat er in dit regenwoud allemaal te vinden is.

De tweede stop is de Barron Gorge (kloof) en de Barron Falls (watervallen).
De Kuranda Scenic Railway Train, het treintje langs de kloof doen we ook maar zitten we helaas aan de verkeerde zijde van de trein omdat we te laat hebben geboekt. Het stationnetje van Kuranda is echt een stationnetje in een tropisch regenwoud, en niet ver hiervandaan ligt het centrum met zijn vele restaurantjes, barretjes, souvenirwinkeltjes etc. en ook een wildlifepark waar je kan troetelen met koala’s, wombats, wallabies.
Van de kleine long neck turtles (schildpadden) en vele soorten vissen in de Daintree rivier krijgen we maar niet genoeg informatie van de captain tijdens een korte boottrip
Langzaam gaan we ook de dagen aftellen terwijl er nog zo veel te zien is.
Gaan we snorkelen, duiken of ga ik een dagje uit vissen?

Woensdag 13 okt.
De dames gaan snorkelen. Ze boeken een trip. Het vissen is nog afwachten. Nog geen telefoon gehad of er plaats was en dus heb ik nog niet geboekt, misschien te weinig animo of het kan alleen op de dag van ons vertrek. Dat zou jammer zijn alhoewel de laatste dag lekker uitrusten ook niet verkeerd is.

Cairns.
Voor de rit naar Cairns moet je een uur van te voren boeken en afspreken waar je naar toe wilt en waar je eventueel opgehaald wilt worden. En ook moet je geduld hebben want ze zijn niet altijd stipt op tijd. Die van ons komt ook een half uur te laat. De totale rit duurt ruim een uur voor slechts een slordige 60 km. Veel bochtenwerk en ook toeristen wegbrengen/afhalen. De chauffeur breng je echt van deur tot deur en dus ook naar het vliegveld of naar stadscentrum. 

Een groot zwembad voor het publiek pal langs de esplanade. Je kan er meteen een duik nemen.
Het is op de esplanade (boulevard langs het water) beter uit te houden dan in het centrum.
We komen zelfs pelikanen tegen. Op sommige plaatsen langs de esplanade word je geinformeerd hoe Cairns is ontstaan en hoe het met de natuur is vergaan.
Geen blauwe zee maar gelukkig wel een blauwe lucht.

Ook hier is de barramundi heel populair, het is zo’n beetje te vergelijken met onze “hollandse nieuwe”. De lekkerbek versie is intussen geproefd maar ik vind de gegrilde versie veel lekkerder maar dat is persoonlijke smaak.

Een leuke stad deze Cairns, gezellig, bruisend, vriendelijk en sfeervol, een beetje te vergelijken met Darwin. Natuurlijk moet je niet naar zo’n stad gaan waar het wemelt van de  (souvenir) winkels, restaurants, bar bistro’s etc. ,  het is wel leuk om het een keer gezien te hebben.

Donderdag 14 okt.
Hoera, de dames zijn blij, ze gaan snorkelen. Blij totdat ze uit het raam kijken. Het motregent en niet zo weinig ook. Kijk je naar de lucht dan zie je dat er geen weersverbetering aankomt, althans niet voor de ochtend. Alleen maar bewolking en nog eens bewolking.
Blij dat ik even gewacht heb met het vissen om het te boeken, ik heb het bootje al gezien op de folder. Een 10 persoons schuitje met een stukje zeil en that’s it.
De dames proberen hun snorkelmiddag af te zeggen doch de receptie zegt dat het weer gaat opknappen. Zowiezo is het weer op het water beter. Ik begrijp er niets van, vooruit dan maar.
Om 10.30 gaan ze met de shuttle bus naar de marina(haven) van Port Douglas. Daar moeten ze nog een weggooicameraatje kopen en eindelijk kan hun avontuur beginnen.

In een kleine catamaran varen ze de haven van Port Douglas uit tot een 3 á  4 km uit de kust. Onderweg in de stromende regen ongeveer een 15 minuten maar eenmaal op de snorkellokatie in het binnenrif aangekomen, alleen maar zon. Achteraf had de receptie dus gelijk.
De onderwaterwereld is mooi maar ze hadden veel meer kleur en vissen verwacht. Ze hebben foto’s gemaakt alleen is het nu maar afwachten wat er van geworden is.

Vrijdag 15 okt.
We hebben alles al ingepakt en het is hier nu bijna 10.00 uur en worden om 11.30 uur opgehaald. Nog hier en daar foto’s maken binnen en buiten het complex.
De computer gaat nu uit en de tas in en komt er thuis weer uit voor het laatste verslag over de vlucht en zo.

Echt een waanzinnige vakantie, we hebben veel gezien en meegemaakt van Sydney naar Melbourne, van Melbourne naar Alice Springs, van Alice Springs naar Darwin en van Darwin naar Cairns.
Een land met zo veel verschillen. Een land met een hele vriendelijke bevolking en een prachtige natuur.
Sydney willen wij nog een keertje bezoeken en ook de omgeving van Alice Springs. Waren we hier maar een dag langer gebleven dan hadden we misschien iets van de West -en East Mc Donnel Ranges kunnen zien. Maar dat is achteraf gepraat.
De omgeving van Cairns zoals Daintree Rainforest, Atherton Tablelands is heel mooi doch staan niet bovenaan op ons verlanglijstje.